Lakken
De simpelste manier van drukwerkveredeling is persvernis. Hierbij wordt met de
offsetpers i.p.v. de gebruikelijke inkt een laag vernis op het drukwerk aangebracht.
Omdat de inktlaag bij offset erg dun is, biedt dit weinig bescherming tegen vet en vuil
maar wordt het gebruikt bij omslagen en visitekaartjes om het afgeven van inkt te
voorkomen.
Met UV-lak en dispersielak (op waterbasis) kan men een dikkere en dus
beter beschermende en opvallender laag aanbrengen. Dispersielak is niet geschikt voor
dun papier omdat door het vocht in de lak het papier gaat krullen.
De UV-lak kan met een polymeerplaat of in zeefdruk aangebracht worden. Met de laatste
methode krijgt men de dikste maar ook duurste laag.
De lak kan over het volledige papieroppervlak (all-over) of plaatselijk (spot) aangebracht worden. Het
plaatselijk aanbrengen is duurder omdat hiervoor een vorm gemaakt moet worden.
Wanneer het papier gevouwen moet worden, dient de lak op de vouw uitgespaard te worden omdat deze
anders zal breken. Dit kan voorkomen worden door het papier eerst te lamineren.
Het resultaat van lakken is het mooist op glad papier.
Lamineren
Bij lamineren wordt een plastic laag aangebracht op het drukwerk ter bescherming
tegen krassen en vuil.
Het is verkrijgbaar in mat en glanzend en kan zowel 1- als 2-zijdig aangebracht worden.
Voor boekomslagen is het zeer geschikt.
De kleuren van het drukwerk zullen door het lamineren iets veranderen.
Bij 1-zijdig lamineren bestaat de kans dat het drukwerk krom gaat trekken indien het zich in
een vochtige omgeving bevindt. De onbehandelde kant trekt vocht aan en zal daardoor
iets uitzetten terwijl de gelamineerde kant geen vocht kan opnemen
en dus ook niet uitzetten wat kromtrekken tot gevolg zal hebben.
1-Zijdig lamineren is voor ansichtkaarten dan ook niet aan te raden.
|